Inleiding
Negatieve inkomstenbelasting (NIB) is een model waarbij iemand die geen en weinig inkomen uit betaald werk heeft, geld ontvangt van de overheid.
Een veelgehoord idee is dat de NIB de bijstand (en andere inkomensuitkeringen) vervangt, maar doorgaans wordt er – al dan niet expliciet – ook van uitgegaan dat het NIB de toeslagen vervangt.
Daarnaast komt de variant waarbij alleen de toeslagen worden vervangen door een NIB ook voor.
In diverse publicaties wordt de NIB vergeleken met een Basisinkomen.
Soms wordt de NIB als een betere methode gezien, en soms juist als een minder goed alternatief.
Wat in vrijwel alle gevonden artikelen ontbreekt, is een concrete beschrijving van hoe de NIB technisch werkt. Welke formule wordt er precies gehanteerd en wat betekent dat cijfermatig voor het netto-inkomen?
Er wordt wel vaak ingegaan op de maatschappelijke gevolgen en praktische zaken, maar daarbij zijn nogal wat tegenstrijdigheden te vinden.
Het ene artikel stelt dat de NIB beter betaalbaar is, terwijl het andere stelt dat de NIB in de praktijk onhandig is vanwege inkomensfluctuaties; je zou dan immers elke maand je inkomen moeten doorgeven aan de Belastingdienst, die vervolgens eventueel geld uitbetaalt.
Ook wordt soms aangegeven dat met het Basisinkomen het geld wordt 'rondgepompt' en met NIB niet.
In dit artikel wordt onderzocht waar deze verschillen precies in zitten, zowel qua formule als qua praktische uitvoering.
Een veelgehoord idee is dat de NIB de bijstand (en andere inkomensuitkeringen) vervangt, maar doorgaans wordt er – al dan niet expliciet – ook van uitgegaan dat het NIB de toeslagen vervangt.
Daarnaast komt de variant waarbij alleen de toeslagen worden vervangen door een NIB ook voor.
In diverse publicaties wordt de NIB vergeleken met een Basisinkomen.
Soms wordt de NIB als een betere methode gezien, en soms juist als een minder goed alternatief.
Wat in vrijwel alle gevonden artikelen ontbreekt, is een concrete beschrijving van hoe de NIB technisch werkt. Welke formule wordt er precies gehanteerd en wat betekent dat cijfermatig voor het netto-inkomen?
Er wordt wel vaak ingegaan op de maatschappelijke gevolgen en praktische zaken, maar daarbij zijn nogal wat tegenstrijdigheden te vinden.
Het ene artikel stelt dat de NIB beter betaalbaar is, terwijl het andere stelt dat de NIB in de praktijk onhandig is vanwege inkomensfluctuaties; je zou dan immers elke maand je inkomen moeten doorgeven aan de Belastingdienst, die vervolgens eventueel geld uitbetaalt.
Ook wordt soms aangegeven dat met het Basisinkomen het geld wordt 'rondgepompt' en met NIB niet.
In dit artikel wordt onderzocht waar deze verschillen precies in zitten, zowel qua formule als qua praktische uitvoering.
Formule
Voor de berekening van het netto-inkomen geldt de volgende formule*:
Er wordt in de onderstaande voorbeelden voor het gemak gerekend met één inkomstenbelastingpercentage (50%) en een vaste heffingskorting (2.000 euro).
Dan de vergelijking met het Basisinkomen.
Stel dat het Basisinkomen 2.000 euro wordt en het belastingpercentage 50%, gelijk aan het uitgangspunt hierboven.
De formule voor het netto-inkomen is dan:
Als we dezelfde bedragen invullen als in de eerdere voorbeelden, levert dat het volgende overzicht op:
Voor de burger in Nederland maakt het onder de streep dus helemaal niets uit of je de NIB of het OBI hanteert: de uitkomst is exact gelijk.
Ook voor de begroting van de overheid maakt het geen verschil; de ene variant is niet duurder of goedkoper dan de andere.
In geen enkel gevonden artikel over NIB is expliciet beschreven dat de heffingskorting wordt afgebouwd. Maar, wellicht gaan sommigen hiervan uit en roepen dan dat NIB beter betaalbaar is dan een Basisinkomen. Tja, als je het Basisinkomen ook afbouwt, krijg je exact hetzelfde resultaat.
Als je met afbouw van de heffingskorting of het Basisinkomen werkt, verhoog je de marginale druk, totdat de heffingskorting c.q. het Basisinkomen op 0 euro staat. Afbouw is een soort geleidelijke stiekeme verhoging van het inkomstenbelastingpercentage voor een bepaalde inkomensgroep. Net als nu (anno 2026) het geval is vanwege de afbouw van de arbeids-/algemene heffingskorting.
N = B - ((P * B) - H)
N = Netto-inkomen, B = Bruto-inkomen, P = IB-percentage, H = Heffingskorting
P.s.: Niet alle haakjes zijn strikt noodzakelijk, maar ze zijn voor de duidelijkheid geplaatst.
Om het effect goed te zien, is het handig om met voorbeeldgetallen te werken.P.s.: Niet alle haakjes zijn strikt noodzakelijk, maar ze zijn voor de duidelijkheid geplaatst.
Er wordt in de onderstaande voorbeelden voor het gemak gerekend met één inkomstenbelastingpercentage (50%) en een vaste heffingskorting (2.000 euro).
| Bruto inkomen | Waarden in formule | Netto inkomen |
| 0 | 0 - ((50% * 0) - 2.000) 0 - (0 - 2.000) 0 - -2.000 |
2.000 |
| 2.000 | 2.000 - ((50% * 2.000) - 2.000) 2.000 - (1.000 - 2.000) 2.000 - -1.000 |
3.000 |
| 4.000 | 4.000 - ((50% * 4.000) - 2.000) 4.000 - (2.000 - 2.000) 4.000 - 0 |
4.000 |
| 8.000 | 8.000 - ((50% * 8.000) - 2.000) 8.000 - (4.000 - 2.000) 8.000 - 2.000 |
6.000 |
Dan de vergelijking met het Basisinkomen.
Stel dat het Basisinkomen 2.000 euro wordt en het belastingpercentage 50%, gelijk aan het uitgangspunt hierboven.
De formule voor het netto-inkomen is dan:
N = OBI + (B - (P * B))
De term 'OBI' staat voor 'Onvoorwaardelijk Basisinkomen'. Dit is een afkorting en term die in publicaties over dit onderwerp vaak wordt gebruikt.Als we dezelfde bedragen invullen als in de eerdere voorbeelden, levert dat het volgende overzicht op:
| Bruto inkomen | Waarden in formule | Netto inkomen |
| 0 | 2.000 + (0 - (50% * 0)) 2.000 + (0 - 0) 2.000 + 0 |
2.000 |
| 2.000 | 2.000 + (2.000 - (50% * 2.000)) 2.000 + (2.000 - 1.000) 2.000 + 1.000 |
3.000 |
| 4.000 | 2.000 + (4.000 - (50% * 4.000)) 2.000 + (4.000 - 2.000) 2.000 + 2.000 |
4.000 |
| 8.000 | 2.000 + (8.000 - (50% * 8.000)) 2.000 + (8.000 - 4.000) 2.000 + 4.000 |
6.000 |
Voor de burger in Nederland maakt het onder de streep dus helemaal niets uit of je de NIB of het OBI hanteert: de uitkomst is exact gelijk.
Ook voor de begroting van de overheid maakt het geen verschil; de ene variant is niet duurder of goedkoper dan de andere.
In geen enkel gevonden artikel over NIB is expliciet beschreven dat de heffingskorting wordt afgebouwd. Maar, wellicht gaan sommigen hiervan uit en roepen dan dat NIB beter betaalbaar is dan een Basisinkomen. Tja, als je het Basisinkomen ook afbouwt, krijg je exact hetzelfde resultaat.
Als je met afbouw van de heffingskorting of het Basisinkomen werkt, verhoog je de marginale druk, totdat de heffingskorting c.q. het Basisinkomen op 0 euro staat. Afbouw is een soort geleidelijke stiekeme verhoging van het inkomstenbelastingpercentage voor een bepaalde inkomensgroep. Net als nu (anno 2026) het geval is vanwege de afbouw van de arbeids-/algemene heffingskorting.
De grondlegger van de NIB is econoom Milton Friedman, die het concept in zijn boek 'Capitalism and Freedom' in 1962 heeft vastgelegd. In dit artikel wordt het deel over de NIB uit dat boek nader beschreven: EconLib.
De wiskundige formule wordt daarin niet expliciet genoemd, maar is uit de tekst vanaf 'If, for example...' wel helder af te leiden. Friedman werkt in zijn beschrijving met een grensbedrag (de 'threshold'), het inkomensniveau waarbij je geen belasting betaalt maar ook geen uitkering ontvangt. Daarop wordt het negatieve belastingpercentage losgelaten, wat wiskundig gezien tot exact dezelfde heffingskorting leert.
De uiteindelijke uitkomst van de berekening via de methode van Friedman is dan ook identiek aan de uitkomst via de hierboven gehanteerde formule.
De wiskundige formule wordt daarin niet expliciet genoemd, maar is uit de tekst vanaf 'If, for example...' wel helder af te leiden. Friedman werkt in zijn beschrijving met een grensbedrag (de 'threshold'), het inkomensniveau waarbij je geen belasting betaalt maar ook geen uitkering ontvangt. Daarop wordt het negatieve belastingpercentage losgelaten, wat wiskundig gezien tot exact dezelfde heffingskorting leert.
De uiteindelijke uitkomst van de berekening via de methode van Friedman is dan ook identiek aan de uitkomst via de hierboven gehanteerde formule.
Praktisch
Uitbetaling
Bij een NIB lijkt het logisch dat de Belastingdienst de administratieve afhandeling uitvoert. Immers, de 'IB' in 'NIB' staat voor 'inkomstenbelasting'.
Bij een OBI lijkt het logisch dat de SVB het OBI uitbetaalt. Immers, de SVB is hier al bekend mee; deze keert onder andere de AOW en de kinderbijslag uit.
Twee keer 'lijkt', want bij nader inzien is het lood om oud ijzer.
Wat betreft de NIB: iedereen heeft recht op de heffingskorting. Je hoeft deze helemaal niet op het bruto-inkomen van een specifieke maand in te houden. Bij de berekening van de te betalen belasting maakt de werkgever een inschatting en houdt loonheffing in, wat een voorschot is op de inkomstenbelasting. De werkgever hoeft dus helemaal geen rekening te houden met de NIB. Dat zou ook lastig worden bij meerdere werkgevers of bij medewerkers met een inkomen beneden de heffingskorting.
Dit lijkt wel de gedachte van mensen die zeggen dat je bij NIB geen geld 'rondpompt', dat de werkgever dus bij de uitbetaling al rekening houdt met de heffingskorting. Dan wordt ten eerste vergeten dat er veel mensen zijn zonder werkgever (niet alleen werklozen, ook mensen van wie alleen de partner werkt). Ten tweede wordt de onhandigheid van verrekening van de heffingskorting door de werkgever over het hoofd gezien, dus dat je meer werkgevers kunt hebben of dat een werkgever dan geld voorschiet bij een laag inkomen (vaak bij parttime baan).
Trouwens, 'rondpompen' is wat altijd al gebeurd en helemaal geen probleem. Je krijgt ook toeslagen van de overheid, de belastingdienst verrekend ook vaak het inkomen, vanwege bijvoorbeeld aftrekposten of bij meerdere werkgevers waardoor de heffingskorting vaak niet goed is toegepast.
Ofwel: de werkgever kan bij toepassing van NIB gewoon op basis van het inkomstenbelastingpercentage (of de inkomstenbelastingpercentages, als de schijven blijven bestaan) loonheffing berekenen en daarbij geen rekening te houden met de heffingskorting die bij de NIB hoort. In bovenstaand voorbeeld houdt de werkgever vanaf de eerste euro 50% loonheffing in.
De Belastingdienst kan dus maandelijks de NIB heffingskorting uitbetalen, maar dat kan dus net zo goed door de SVB worden gedaan, zoals nu ook bij de AOW het geval is. De Belastingdienst weet dan immers ook dat er AOW (en eventueel pensioen) is uitbetaald, weet dat er een hypotheek loopt (etc.) en berekent achteraf wat iemand daadwerkelijk aan inkomstenbelasting moet betalen.
N.b.: Je zou er ook voor kunnen kiezen om de burger de keuze te laten, net als bij de hypotheekrenteaftrek: wel of geen maandelijks voorschot op de terug te ontvangen inkomstenbelasting. Maar dat terzijde, want bij een NIB lijkt een maandelijkse uitbetaling wel zo logisch, mede gezien de hoogte van het bedrag.
Wat betreft het OBI: de Belastingdienst betaalt nu ook maandelijks de toeslagen uit. De Belastingdienst kan dus evengoed het OBI overmaken.
Ofwel: wat de uitbetaling betreft hoeft er geen verschil te zijn tussen het OBI en de NIB. Het is maar net wat praktisch is: uitbetaling door de Belastingdienst of door de SVB.
Nuance: voor medewerkers in loondienst en voor mensen die een uitkering van een instantie ontvangen, kan de overgang wel even vreemd overkomen als de werkgever of uitkeringsinstantie geen rekening houdt met het OBI of de NIB. Het nettobedrag op de loonstrook of uitkeringsspecificatie wordt ineens veel lager dan voorheen. Dit is goed uit te leggen, maar vergt wel aandacht en heldere communicatie.
Toeslagen
In veel artikelen wordt ervan uitgegaan dat de toeslagen vervallen als er een OBI of NIB wordt ingevoerd. Dit hoeft uiteraard niet zo te zijn; je kunt ook uitgaan van een OBI of NIB op het niveau van de bijstand en daarnaast alle toeslagen behouden.
Andersom kan ook: je kunt de toeslagen afschaffen en daarvoor een vast bedrag geven, gecombineerd met hogere inkomstenbelastingpercentages, maar de bijstand gewoon behouden.
Echter, als je toch een OBI of NIB invoert, lijkt het logisch om direct de toeslagen erin mee te nemen. Zoals algemeen bekend zijn er genoeg problemen met toeslagen en lopen de administratieve kosten in de miljarden – om van de compensatie voor het kinderopvangtoeslagschandaal nog maar te zwijgen.
Huishoudcomponent
Een huishoudcomponent is met name relevant als de huursubsidie vervalt.
Bij artikelen over het OBI wordt soms uitgegaan van een bedrag per huishouden én een bedrag per persoon, maar vaak ook uitsluitend van een bedrag per persoon.
In publicaties over de NIB wordt dit vaak niet genoemd, maar ook hier is die keuze uiteraard mogelijk.
Beide opties kennen voor- en nadelen.
Bij een bedrag per huishouden moet je administratief nauwkeurig bijhouden wie bij wie onder één dak woont. Hier gaat nog wel eens wat bij mis en de situatie van mensen verandert ook in de loop van een jaar, wat leidt tot veel mutaties.
Bij uitsluitend een bedrag per persoon zal het OBI of de NIB per persoon zo hoog moeten zijn dat men er alleen van kan leven. In dat geval hebben samenwonenden het echter wel heel riant. Dat is mooi natuurlijk, dat gunnen we iedereen en het zal een positief effect hebben op het woningtekort, maar de overheid moet dan wel heel diep in de buidel tasten. Het alternatief is dat je moet accepteren dat mensen niet zelfstandig rond kunnen komen van alleen het OBI of de NIB als ze alleen wonen. Dan moeten ze bijvoorbeeld spaargeld gaan aanspreken of noodgedwongen gaan samenwonen. Daar zal vast weerstand tegen komen, maar het is een politieke keuze.
Voor de praktische kant maakt het in technisch opzicht niet uit. Iedereen ontvangt een bedrag. En bij het hanteren van een huishoudcomponent is het bedrag simpelweg lager voor samenwonenden. Uiteraard vergt dit een sluitende administratie, maar technisch maakt het verder geen verschil. En dit is een technisch artikel, geen politiek artikel.
Uitkeringen
Bij zowel het OBI als de NIB kun je de bestaande inkomensuitkeringen laten vervallen. Feitelijk trek je de AOW dan naar de leeftijd van bijvoorbeeld 18 jaar of 23 jaar (daarover variëren de gelezen artikelen).
Concreet gaat het dan om bijvoorbeeld de bijstand en de WIA. Er zijn diverse artikelen hierover geschreven en de financiële opbrengst van deze vereenvoudiging loopt in elk geval in de miljarden euro's. Zie bijvoorbeeld Besparing overheid.
Conclusie
Er zijn geen praktische belemmeringen gevonden die wezenlijk verschillen tussen het OBI en de NIB.
Bij een NIB lijkt het logisch dat de Belastingdienst de administratieve afhandeling uitvoert. Immers, de 'IB' in 'NIB' staat voor 'inkomstenbelasting'.
Bij een OBI lijkt het logisch dat de SVB het OBI uitbetaalt. Immers, de SVB is hier al bekend mee; deze keert onder andere de AOW en de kinderbijslag uit.
Twee keer 'lijkt', want bij nader inzien is het lood om oud ijzer.
Wat betreft de NIB: iedereen heeft recht op de heffingskorting. Je hoeft deze helemaal niet op het bruto-inkomen van een specifieke maand in te houden. Bij de berekening van de te betalen belasting maakt de werkgever een inschatting en houdt loonheffing in, wat een voorschot is op de inkomstenbelasting. De werkgever hoeft dus helemaal geen rekening te houden met de NIB. Dat zou ook lastig worden bij meerdere werkgevers of bij medewerkers met een inkomen beneden de heffingskorting.
Dit lijkt wel de gedachte van mensen die zeggen dat je bij NIB geen geld 'rondpompt', dat de werkgever dus bij de uitbetaling al rekening houdt met de heffingskorting. Dan wordt ten eerste vergeten dat er veel mensen zijn zonder werkgever (niet alleen werklozen, ook mensen van wie alleen de partner werkt). Ten tweede wordt de onhandigheid van verrekening van de heffingskorting door de werkgever over het hoofd gezien, dus dat je meer werkgevers kunt hebben of dat een werkgever dan geld voorschiet bij een laag inkomen (vaak bij parttime baan).
Trouwens, 'rondpompen' is wat altijd al gebeurd en helemaal geen probleem. Je krijgt ook toeslagen van de overheid, de belastingdienst verrekend ook vaak het inkomen, vanwege bijvoorbeeld aftrekposten of bij meerdere werkgevers waardoor de heffingskorting vaak niet goed is toegepast.
Ofwel: de werkgever kan bij toepassing van NIB gewoon op basis van het inkomstenbelastingpercentage (of de inkomstenbelastingpercentages, als de schijven blijven bestaan) loonheffing berekenen en daarbij geen rekening te houden met de heffingskorting die bij de NIB hoort. In bovenstaand voorbeeld houdt de werkgever vanaf de eerste euro 50% loonheffing in.
De Belastingdienst kan dus maandelijks de NIB heffingskorting uitbetalen, maar dat kan dus net zo goed door de SVB worden gedaan, zoals nu ook bij de AOW het geval is. De Belastingdienst weet dan immers ook dat er AOW (en eventueel pensioen) is uitbetaald, weet dat er een hypotheek loopt (etc.) en berekent achteraf wat iemand daadwerkelijk aan inkomstenbelasting moet betalen.
N.b.: Je zou er ook voor kunnen kiezen om de burger de keuze te laten, net als bij de hypotheekrenteaftrek: wel of geen maandelijks voorschot op de terug te ontvangen inkomstenbelasting. Maar dat terzijde, want bij een NIB lijkt een maandelijkse uitbetaling wel zo logisch, mede gezien de hoogte van het bedrag.
Wat betreft het OBI: de Belastingdienst betaalt nu ook maandelijks de toeslagen uit. De Belastingdienst kan dus evengoed het OBI overmaken.
Ofwel: wat de uitbetaling betreft hoeft er geen verschil te zijn tussen het OBI en de NIB. Het is maar net wat praktisch is: uitbetaling door de Belastingdienst of door de SVB.
Nuance: voor medewerkers in loondienst en voor mensen die een uitkering van een instantie ontvangen, kan de overgang wel even vreemd overkomen als de werkgever of uitkeringsinstantie geen rekening houdt met het OBI of de NIB. Het nettobedrag op de loonstrook of uitkeringsspecificatie wordt ineens veel lager dan voorheen. Dit is goed uit te leggen, maar vergt wel aandacht en heldere communicatie.
Toeslagen
In veel artikelen wordt ervan uitgegaan dat de toeslagen vervallen als er een OBI of NIB wordt ingevoerd. Dit hoeft uiteraard niet zo te zijn; je kunt ook uitgaan van een OBI of NIB op het niveau van de bijstand en daarnaast alle toeslagen behouden.
Andersom kan ook: je kunt de toeslagen afschaffen en daarvoor een vast bedrag geven, gecombineerd met hogere inkomstenbelastingpercentages, maar de bijstand gewoon behouden.
Echter, als je toch een OBI of NIB invoert, lijkt het logisch om direct de toeslagen erin mee te nemen. Zoals algemeen bekend zijn er genoeg problemen met toeslagen en lopen de administratieve kosten in de miljarden – om van de compensatie voor het kinderopvangtoeslagschandaal nog maar te zwijgen.
Huishoudcomponent
Een huishoudcomponent is met name relevant als de huursubsidie vervalt.
Bij artikelen over het OBI wordt soms uitgegaan van een bedrag per huishouden én een bedrag per persoon, maar vaak ook uitsluitend van een bedrag per persoon.
In publicaties over de NIB wordt dit vaak niet genoemd, maar ook hier is die keuze uiteraard mogelijk.
Beide opties kennen voor- en nadelen.
Bij een bedrag per huishouden moet je administratief nauwkeurig bijhouden wie bij wie onder één dak woont. Hier gaat nog wel eens wat bij mis en de situatie van mensen verandert ook in de loop van een jaar, wat leidt tot veel mutaties.
Bij uitsluitend een bedrag per persoon zal het OBI of de NIB per persoon zo hoog moeten zijn dat men er alleen van kan leven. In dat geval hebben samenwonenden het echter wel heel riant. Dat is mooi natuurlijk, dat gunnen we iedereen en het zal een positief effect hebben op het woningtekort, maar de overheid moet dan wel heel diep in de buidel tasten. Het alternatief is dat je moet accepteren dat mensen niet zelfstandig rond kunnen komen van alleen het OBI of de NIB als ze alleen wonen. Dan moeten ze bijvoorbeeld spaargeld gaan aanspreken of noodgedwongen gaan samenwonen. Daar zal vast weerstand tegen komen, maar het is een politieke keuze.
Voor de praktische kant maakt het in technisch opzicht niet uit. Iedereen ontvangt een bedrag. En bij het hanteren van een huishoudcomponent is het bedrag simpelweg lager voor samenwonenden. Uiteraard vergt dit een sluitende administratie, maar technisch maakt het verder geen verschil. En dit is een technisch artikel, geen politiek artikel.
Uitkeringen
Bij zowel het OBI als de NIB kun je de bestaande inkomensuitkeringen laten vervallen. Feitelijk trek je de AOW dan naar de leeftijd van bijvoorbeeld 18 jaar of 23 jaar (daarover variëren de gelezen artikelen).
Concreet gaat het dan om bijvoorbeeld de bijstand en de WIA. Er zijn diverse artikelen hierover geschreven en de financiële opbrengst van deze vereenvoudiging loopt in elk geval in de miljarden euro's. Zie bijvoorbeeld Besparing overheid.
Conclusie
Er zijn geen praktische belemmeringen gevonden die wezenlijk verschillen tussen het OBI en de NIB.
Conclusie
Het geheel overziende zijn de termen 'OBI' en 'NIB' (oftewel Basisinkomen en Negatieve inkomstenbelasting) simpelweg twee kanten van dezelfde medaille.
Zowel in de wiskundige formule als in de praktische uitvoering eromheen is er technisch gezien geen enkel verschil.
Het enige verschil zit hem in de klank: een Basisinkomen klinkt als 'gratis geld voor iedereen', terwijl een Negatieve inkomstenbelasting doet vermoeden dat alleen de mensen die het echt nodig hebben financiële ondersteuning krijgen.
Er is hier bewust gekozen voor het woord 'klinkt'. De feiten zijn immers dat beide systemen exact hetzelfde effect hebben, evenveel kosten en onder de streep hetzelfde opleveren.
N.b.: Het is opmerkelijk dat het CPB in het rapport Overzicht CPB-analyses alternatieven toeslagenstelsel suggereert dat een Verzilverbare heffingskorting iets anders is dan een Basisinkomen. Ook opvallend is dat men bij de Verzilverbare heffingskorting een afbouw als optie ziet, maar dit bij een Basisinkomen niet als mogelijkheid noemt. Helemaal vreemd is dat het CPB bij een Basisinkomen een 'substantiële daling' van het arbeidsaanbod voorspelt (6%), terwijl men even later aangeeft dat bij een inkomensonafhankelijke toeslag het arbeidsaanbod juist wordt vergroot. Een Basisinkomen is immers niets anders dan een inkomensonafhankelijke toeslag, waarom zou er dan een daling plaatsvinden bij een Basisinkomen. Niet echt consistent.
Zowel in de wiskundige formule als in de praktische uitvoering eromheen is er technisch gezien geen enkel verschil.
Het enige verschil zit hem in de klank: een Basisinkomen klinkt als 'gratis geld voor iedereen', terwijl een Negatieve inkomstenbelasting doet vermoeden dat alleen de mensen die het echt nodig hebben financiële ondersteuning krijgen.
Er is hier bewust gekozen voor het woord 'klinkt'. De feiten zijn immers dat beide systemen exact hetzelfde effect hebben, evenveel kosten en onder de streep hetzelfde opleveren.
N.b.: Het is opmerkelijk dat het CPB in het rapport Overzicht CPB-analyses alternatieven toeslagenstelsel suggereert dat een Verzilverbare heffingskorting iets anders is dan een Basisinkomen. Ook opvallend is dat men bij de Verzilverbare heffingskorting een afbouw als optie ziet, maar dit bij een Basisinkomen niet als mogelijkheid noemt. Helemaal vreemd is dat het CPB bij een Basisinkomen een 'substantiële daling' van het arbeidsaanbod voorspelt (6%), terwijl men even later aangeeft dat bij een inkomensonafhankelijke toeslag het arbeidsaanbod juist wordt vergroot. Een Basisinkomen is immers niets anders dan een inkomensonafhankelijke toeslag, waarom zou er dan een daling plaatsvinden bij een Basisinkomen. Niet echt consistent.