Inleiding
In dit artikel wordt uitleg gegeven over het basisinkomen. Het is een cijfermatige analyse van de gevolgen van een eventuele invoering van het basisinkomen.
De toevoeging ‘cijfermatige’ is belangrijk. De analyse in dit artikel is geen politiek verhaal, er is gepoogd een objectief verhaal voor te schotelen. In het hoofdstuk ‘Voor- en nadelen’ wordt wel ingegaan op politieke trends/meningen en gevolgen voor de ‘cijfers’.
Om de objectiviteit te onderstrepen zijn twee uitgangspunten gehanteerd:
De toevoeging ‘cijfermatige’ is belangrijk. De analyse in dit artikel is geen politiek verhaal, er is gepoogd een objectief verhaal voor te schotelen. In het hoofdstuk ‘Voor- en nadelen’ wordt wel ingegaan op politieke trends/meningen en gevolgen voor de ‘cijfers’.
Om de objectiviteit te onderstrepen zijn twee uitgangspunten gehanteerd:
- Nullijn: dit betekent financieel neutraal voor zowel mensen als de overheid. Niemand zou erop vooruit of achteruit moeten gaan. Ook de overheid zou er geen geld bij moeten hoeven te doen, maar ook geen ‘winst’ erop mogen maken.
- Minimum invoering: dit betekent dat zo min mogelijk zaken rondom het thema inkomen moet worden aangepast. Alleen financiële wet- en regelgeving die moeten worden aangepast om het eerste uitgangspunt overeind te kunnen houden wordt meegenomen, meer niet.
Definitie basisinkomen
Op een pagina van de website van de Vereniging Basisinkomen Nederland staat:
"Basisinkomen is een periodiek uitgekeerd en vrij besteedbaar bedrag voor iedere burger, dat voldoende is om volwaardig van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht het inkomen, vermogen of de samenstelling van het huishouden."
Op die pagina staan ook definities die op andere websites zijn gevonden. Overal komt de onvoorwaardelijkheid wel in terug, dus dat iedereen het bedrag sowieso ontvangt. De toevoeging ‘dat voldoende is om volwaardig van te leven’ is op één andere definitie na wel uniek. Het is wel een logische en ook essentiële toevoeging: je hebt niets aan een basisinkomen van 1 euro per maand. Dan zou het geen ‘basis’ bieden.
Feitelijk is het basisinkomen dan niets meer en niets minder dan onvoorwaardelijke bijstand. (De AOW en andere inkomensuitkeringen worden geparkeerd.)
Ter toelichting van deze bewering worden de elementen van de definitie van de Vereniging Basisinkomen Nederland bijlangs gelopen:
"Basisinkomen is een periodiek uitgekeerd en vrij besteedbaar bedrag voor iedere burger, dat voldoende is om volwaardig van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht het inkomen, vermogen of de samenstelling van het huishouden."
Op die pagina staan ook definities die op andere websites zijn gevonden. Overal komt de onvoorwaardelijkheid wel in terug, dus dat iedereen het bedrag sowieso ontvangt. De toevoeging ‘dat voldoende is om volwaardig van te leven’ is op één andere definitie na wel uniek. Het is wel een logische en ook essentiële toevoeging: je hebt niets aan een basisinkomen van 1 euro per maand. Dan zou het geen ‘basis’ bieden.
Feitelijk is het basisinkomen dan niets meer en niets minder dan onvoorwaardelijke bijstand. (De AOW en andere inkomensuitkeringen worden geparkeerd.)
Ter toelichting van deze bewering worden de elementen van de definitie van de Vereniging Basisinkomen Nederland bijlangs gelopen:
- De bijstand wordt periodiek uitgekeerd, is vrij besteedbaar en iedere burger heeft er recht op. Dat is dus gelijk aan het basisinkomen.
- De hoogte van de bijstand geldt als ‘het sociaal minimum’, aldus de Rijksoverheid. Het is dus voldoende om volwaardig van te leven, net als het basisinkomen.
- De toevoeging ‘onvoorwaardelijke’ is wel essentieel: de bijstand zelf is niet onvoorwaardelijk: er gelden voorwaarden rondom het eigen inkomen en vermogen. Ook geldt de plicht werk te zoeken.
- Het deel ‘ongeacht … de samenstelling van het huishouden’ geldt deels voor de bijstand. Op de website van de Vereniging Basisinkomen Nederland wordt het bedrag basisinkomen geheel gekoppeld aan een persoon, niet aan een huishouden. Het huishouden speelt bij de bijstand wel een rol. Bij twee personen in een huishouding is de bijstand wel hoger dan bij één persoon, maar niet het dubbele (zoals wel bij basisinkomen op de vermelde website). Op een andere pagina geeft de Verening Basisinkomen Nederland aan dat er ook modellen zijn van basisinkomens die uitgaan van een bedrag per huishouden én per persoon.
Hoogte basisinkomen
Gezien de conclusie hierboven wordt in dit artikel v.w.b. de hoogte van het basisinkomen uitgegaan van de huidige bijstand. De hoogte van de bijstand wordt door de Rijkoverheid gepubliceerd. Er worden netto bedragen genoemd (de bijstand wordt door de belastingdienst op jaarbasis gebruteerd, voor de bepaling van het (toetsings)inkomen).
Het is logisch deze werkwijze ook bij het basisinkomen te volgen: netto bedragen, die worden gebruteerd. Als er niet zou worden gebruteerd, zou men meer toeslagen gaan ontvangen dan in de huidige situatie.
Afgerond op hele euro’s, netto maandbedragen inclusief vakantiegeld (januari 2026):
P.s.: de bedragen zijn van toepassing voor mensen die 21 jaar of ouder zijn, maar nog onder de AOW-leeftijd. De bijstand voor mensen onder de 21 jaar, voor thuiswonende van 21 tot 27 jaar en AOW wordt geparkeerd.
Er zit dus verschil in samenwonenden en alleenwonenden. Dat is logisch, want een deel van de kosten gaat op in een woning.
Veelal zal ‘samenwonenden’ betekenen dat er twee volwassenen aanwezig zijn in het huishouden, al dan niet met kinderen. De hierboven aangehaalde pdf van de rijksoverheid geeft hier geen toelichting op. Drie of meer volwassenen komt in de praktijk ook voor. Daarop wordt in het vervolg van dit artikel nader ingegaan.
Er zou in het systeem van basisinkomen kunnen worden gewerkt met een basisinkomen per volwassene, waarbij de 1e volwassene een ander bedrag krijgt dan de 2e volwassene. Het is ook mogelijk te werken met een omrekening naar een gezamenlijk bedrag (voor het huishouden) en een persoonlijk bedrag. Op zich maakt dit niet uit. Het is echter wel logisch om aan te sluiten bij de oorzaak van het verschil tussen een alleenwonende en samenwonenden: een deel van de kosten gaat op aan de kosten van een woning. Beide inwoners zijn vervolgens gelijkwaardig.
De bijstand voor twee samenwonenden is 100% van het minimum loon. De bijstand van een alleenwonende is 70% daarvan. Daaruit volgt dat 40% van de bijstand is bestemd voor wonen en 30% per persoon. Omgerekend:
(Feitelijk komt 40% op 801 uit en 30% op 601. Maar, dan klopt de optelling bij twee samenwonenden niet meer, dan kom je op 2.003. Vandaar dat er 802 en 600 van is gemaakt.)
Kortom, in dit artikel wordt uitgegaan van het volgende basisinkomen:
Een ander issue is nog wel dat gemeenten aanvullende bijstand kunnen geven en vaak diverse zaken voor mensen met bijstand bekostigen. Zoals sport voor kinderen, maar ook een uitkering na de geboorte van een kind komt voor.
In Wageningen wordt een experiment uitgevoerd waarbij men een vast bedrag ontvangt. Dit is wel opmerkelijk, want als in de praktijk gezien wordt dat de bijstand niet voldoende is voor een volwaardig leven, waarom wordt dan niet de bijstand zelf verhoogd.
De gemeente Wageningen besteedde in 2024 al 1,4 miljoen aan dit ‘armoedebeleid’, daar zou nog een miljoen bijkomen.
In Nederland zijn 342 gemeenten. Sommige groter, sommige kleiner dan Wageningen. Kortom, er wordt door gemeenten veel een substantieel bedrag per jaar aan een groep huishoudens uitbetaald. Er zijn geen gegevens gevonden over de exacte omvang, de samenstelling en de kosten voor geheel Nederland.
Dit artikel volgt de formele bijstandsbedragen. Het is aan de politiek om de bestaande praktijk van gemeenten evt. om te zetten naar verhoging van de bijstand c.q. het basisinkomen. In het hoofdstuk ‘Voor- en nadelen’ wordt hier nog wel op teruggekomen.
Het is logisch deze werkwijze ook bij het basisinkomen te volgen: netto bedragen, die worden gebruteerd. Als er niet zou worden gebruteerd, zou men meer toeslagen gaan ontvangen dan in de huidige situatie.
Afgerond op hele euro’s, netto maandbedragen inclusief vakantiegeld (januari 2026):
| Netto bijstand | |
| Alleenwonende | 1.402 |
| Samenwonenden | 2.002 |
Er zit dus verschil in samenwonenden en alleenwonenden. Dat is logisch, want een deel van de kosten gaat op in een woning.
Veelal zal ‘samenwonenden’ betekenen dat er twee volwassenen aanwezig zijn in het huishouden, al dan niet met kinderen. De hierboven aangehaalde pdf van de rijksoverheid geeft hier geen toelichting op. Drie of meer volwassenen komt in de praktijk ook voor. Daarop wordt in het vervolg van dit artikel nader ingegaan.
Er zou in het systeem van basisinkomen kunnen worden gewerkt met een basisinkomen per volwassene, waarbij de 1e volwassene een ander bedrag krijgt dan de 2e volwassene. Het is ook mogelijk te werken met een omrekening naar een gezamenlijk bedrag (voor het huishouden) en een persoonlijk bedrag. Op zich maakt dit niet uit. Het is echter wel logisch om aan te sluiten bij de oorzaak van het verschil tussen een alleenwonende en samenwonenden: een deel van de kosten gaat op aan de kosten van een woning. Beide inwoners zijn vervolgens gelijkwaardig.
De bijstand voor twee samenwonenden is 100% van het minimum loon. De bijstand van een alleenwonende is 70% daarvan. Daaruit volgt dat 40% van de bijstand is bestemd voor wonen en 30% per persoon. Omgerekend:
| Persoon | Huis | Totaal | |
| Alleenwonende | 600 | 802 | 1.402 |
| Twee samenwonenden | 1.200 | 802 | 2.002 |
Kortom, in dit artikel wordt uitgegaan van het volgende basisinkomen:
| Per persoon | 600 |
| Per huishouden | 802 |
In Wageningen wordt een experiment uitgevoerd waarbij men een vast bedrag ontvangt. Dit is wel opmerkelijk, want als in de praktijk gezien wordt dat de bijstand niet voldoende is voor een volwaardig leven, waarom wordt dan niet de bijstand zelf verhoogd.
De gemeente Wageningen besteedde in 2024 al 1,4 miljoen aan dit ‘armoedebeleid’, daar zou nog een miljoen bijkomen.
In Nederland zijn 342 gemeenten. Sommige groter, sommige kleiner dan Wageningen. Kortom, er wordt door gemeenten veel een substantieel bedrag per jaar aan een groep huishoudens uitbetaald. Er zijn geen gegevens gevonden over de exacte omvang, de samenstelling en de kosten voor geheel Nederland.
Dit artikel volgt de formele bijstandsbedragen. Het is aan de politiek om de bestaande praktijk van gemeenten evt. om te zetten naar verhoging van de bijstand c.q. het basisinkomen. In het hoofdstuk ‘Voor- en nadelen’ wordt hier nog wel op teruggekomen.
Bijstand/Basisinkomen én bruto salaris
Als iemand minder salaris heeft dan de bijstand, kan aanvullende bijstand worden verkregen tot het niveau van de bijstand. Als het salaris hoger is, ontvangt men geen bijstand, aldus de Rijksoverheid.
Er zijn wel overgangsregelingen en uitzonderingen, maar deze variëren per gemeente. De standaardregel is dat alles van de bijstand wordt afgetrokken. Bij de WW mag iemand 30% behouden, bij de bijstand 0%. Dus daar wordt in dit artikel vanuit gegaan.
Als de bijstand basisinkomen wordt, doet zich de situatie voor dat iemand heel veel meer inkomen krijgt als deze persoon ook bruto salaris ontvangt. Als voorbeeld een alleenwonende, die 1.402 euro bruto salaris per maand ontvangt én het basisinkomen:
Iedereen gunt elkaar natuurlijk een hoog netto inkomen, maar het basisinkomen moet wel gezamenlijk worden opgebracht. Gezien het uitgangspunt dat niemand erop vooruit of achteruit zou moeten gaan, is het logisch om naar de inkomstenbelasting te kijken.
Er zijn wel overgangsregelingen en uitzonderingen, maar deze variëren per gemeente. De standaardregel is dat alles van de bijstand wordt afgetrokken. Bij de WW mag iemand 30% behouden, bij de bijstand 0%. Dus daar wordt in dit artikel vanuit gegaan.
Als de bijstand basisinkomen wordt, doet zich de situatie voor dat iemand heel veel meer inkomen krijgt als deze persoon ook bruto salaris ontvangt. Als voorbeeld een alleenwonende, die 1.402 euro bruto salaris per maand ontvangt én het basisinkomen:
Inkomstenbelasting en kortingen
Alvorens wordt ingegaan op het basisinkomen en de inkomstenbelasting voor bruto salaris, eerst een korte intro over hoe het inkomstenbelasting systeem nu werkt. Er wordt gewerkt met schijven. Er zijn meerdere zogenaamde schijftarieven: voor mensen die geen AOW-uitkeringen hebben en mensen die wel AOW ontvangen (voor AOW-gerechtigden zijn er trouwens twee: voor mensen geboren vóór- en na 1 januari 1946). De schijftarieven voor mensen die geen AOW-uitkering ontvangen zijn (2026):
Toelichting: bij een inkomen van minder dan 38.883 moet 35,75% belasting worden betaald. Als het inkomen hoger is, bijv. 48.883, dan moet over het deel tot 38.883 euro 35,75% worden betaald, over de 10.000 erboven 37,56%.
Daarnaast worden er kortingen op de berekende inkomstenbelasting toegepast. De bekendste en voor dit artikel relevante zijn de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting. (De andere kortingen worden geparkeerd.)
De Arbeidskorting wordt zoals de naam al zegt alleen toegepast bij inkomen uit arbeid. De Algemene heffingskorting wordt altijd toegepast.
Beide kortingen worden ook met (5 c.q. 3) schijven berekend, maar de bedragen en percentages verschillen, ook de berekening ervan is net even anders dan bij de inkomstenbelasting. Voor beide geldt bijvoorbeeld dat er een negatief percentage vanaf een bepaald bedrag moet worden toegepast (maar, vanaf welk bedrag verschilt per korting). De korting loopt bij Arbeidskorting eerst op, dan af. De korting is Algemene heffingskorting een vast bedrag, die op een moment afloopt (maar al bij een lager salaris dan Arbeidskorting). Dit wordt ‘afbouw heffingskortingen’ genoemd.
Meer algemene uitleg over de inkomstenbelasting en de kortingen, inclusief links naar relevante sites en documenten, is te vinden op Hoeveel geld krijg ik - verantwoording.
| Schijf | Belastbaar inkomen | Percentage |
| 1 | t/m € 38.883 | 35,75% |
| 2 | Vanaf € 38.883 t/m € 78.426 | 37,56% |
| 3 | Meer dan € 78.426 | 49,50% |
Daarnaast worden er kortingen op de berekende inkomstenbelasting toegepast. De bekendste en voor dit artikel relevante zijn de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting. (De andere kortingen worden geparkeerd.)
De Arbeidskorting wordt zoals de naam al zegt alleen toegepast bij inkomen uit arbeid. De Algemene heffingskorting wordt altijd toegepast.
Beide kortingen worden ook met (5 c.q. 3) schijven berekend, maar de bedragen en percentages verschillen, ook de berekening ervan is net even anders dan bij de inkomstenbelasting. Voor beide geldt bijvoorbeeld dat er een negatief percentage vanaf een bepaald bedrag moet worden toegepast (maar, vanaf welk bedrag verschilt per korting). De korting loopt bij Arbeidskorting eerst op, dan af. De korting is Algemene heffingskorting een vast bedrag, die op een moment afloopt (maar al bij een lager salaris dan Arbeidskorting). Dit wordt ‘afbouw heffingskortingen’ genoemd.
Meer algemene uitleg over de inkomstenbelasting en de kortingen, inclusief links naar relevante sites en documenten, is te vinden op Hoeveel geld krijg ik - verantwoording.
Basisinkomen en inkomstenbelasting
Als wordt voorgebouwd op het huidig beleid (100% inhouding van bijstand als er eigen inkomsten zijn), dan is het vanuit een cijfermatige blik dus logisch om een nieuwe eerste belastingschijf toe te voegen: van 0 euro t/m het eindbedrag van het basisinkomen geldt dan een tarief van 100% inkomstenbelasting. Daarmee betaalt elke werkende Nederlander dus mee aan het basisinkomen, net als nu voor de bijstand gebeurt. Bovendien is het voor de overheid geheel budgetneutraal. Niemand gaat erop vooruit of achteruit en het kost de overheid geen geld.
Arbeidskorting en Algemene heffingskorting
Het toevoegen van een eerste belasting met 100% belasting werkt echter niet zoals verwacht. Als voorbeeld het effect voor samenwonenden, waarbij één volwassene 2.002 euro verdient (de netto bijstand):
Er wordt bij 2.002 euro bruto salaris wel 100% inkomstenbelasting geheven. Dat is te zien aan de regel ‘Inkomstenbelasting -2.002 €’. Maar, de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting verstoren het effect. Er wordt daardoor maar 1.348 euro ingehouden door werkgevers i.p.v. 2.002.
Het is niet mogelijk de kortingsbedragen en -percentages zo aan te passen, dat de nieuwe situatie gelijk wordt aan de oude bij alle inkomensgroepen. De manier van berekenen is daarvoor niet geschikt. Dit is wel geprobeerd, op verschillende manieren. Maar bepaalde mensen zouden tot honderden euro’s per maand erop vooruit of achteruit gaan. En het uitgangspunt van dit artikel is dat dit juist niet gebeurd.
Dan duikt een dilemma op: het aanpassen van de wijze van berekening van de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting of de kortingen geheel te laten vervallen en de bedragen en percentages van de inkomstenbelasting aan te passen.
Er is gekozen voor het laatste. De reden is dat er op dit moment zoals al aangegeven een onderscheid wordt gemaakt tussen werkenden en niet-werkenden. Maar, bij invoering van een basisinkomen voor iedereen is dit onderscheid niet meer relevant. Iedereen ontvangt een netto basisinkomen, er is geen bijstand meer.
De Arbeidskorting wordt alleen gegeven bij inkomen uit tegenwoordige arbeid en kan dus verwerkt worden in de inkomenstenbelasting tarieven. Mensen die meer inkomen hebben dan de hoogte van het basisinkomen, hebben dat veelal uit inkomen uit werk. Dus kan de Arbeidskorting verwerkt worden in de percentages van de inkomstenbelasting.
Er zijn groepen die hierop een uitzondering vormen, zoals mensen met een WW-uitkering (die hoger is dan de bijstand) en een pensioenuitkering. Dit wordt geparkeerd.
Het is niet mogelijk de kortingsbedragen en -percentages zo aan te passen, dat de nieuwe situatie gelijk wordt aan de oude bij alle inkomensgroepen. De manier van berekenen is daarvoor niet geschikt. Dit is wel geprobeerd, op verschillende manieren. Maar bepaalde mensen zouden tot honderden euro’s per maand erop vooruit of achteruit gaan. En het uitgangspunt van dit artikel is dat dit juist niet gebeurd.
Dan duikt een dilemma op: het aanpassen van de wijze van berekening van de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting of de kortingen geheel te laten vervallen en de bedragen en percentages van de inkomstenbelasting aan te passen.
Er is gekozen voor het laatste. De reden is dat er op dit moment zoals al aangegeven een onderscheid wordt gemaakt tussen werkenden en niet-werkenden. Maar, bij invoering van een basisinkomen voor iedereen is dit onderscheid niet meer relevant. Iedereen ontvangt een netto basisinkomen, er is geen bijstand meer.
De Arbeidskorting wordt alleen gegeven bij inkomen uit tegenwoordige arbeid en kan dus verwerkt worden in de inkomenstenbelasting tarieven. Mensen die meer inkomen hebben dan de hoogte van het basisinkomen, hebben dat veelal uit inkomen uit werk. Dus kan de Arbeidskorting verwerkt worden in de percentages van de inkomstenbelasting.
Er zijn groepen die hierop een uitzondering vormen, zoals mensen met een WW-uitkering (die hoger is dan de bijstand) en een pensioenuitkering. Dit wordt geparkeerd.
Nieuwe bedragen en percentages inkomstenbelasting
De totstandkoming van de nieuwe bedragen en percentages wordt via een aantal stappen doorlopen. In de stappen wordt uitgegaan van samenwonenden met één volwassene die een bruto salaris heeft. In de laatste stap wordt ingegaan op de alleenwonende en samenwonenden met meer dan één volwassene die een bruto salaris heeft.
Stap 1: te betalen percentage inkomstenbelasting nu
De eerste stap: het weghalen van de kortingen en compenseren via de tarieven inkomstenbelasting. Om tot de nullijn te komen, dus dat niemand erop vooruit of achteruit gaat, is eerst berekend hoeveel procent inkomstenbelasting mensen nu betalen bij een bepaald bruto inkomen (dus, zonder toeslagen, alleen inkomstenbelasting minus de heffingskortingen). Dit is gedaan met een (voor bevoegden beschikbare) applicatie binnen hoeveelgeldkrijgik.nl. Het resultaat is dus het percentage inkomstenbelasting bij een bepaald bruto salaris, waarbij zowel de huidige schijftarieven zijn toegepast als de kortingen:
Er ligt uiteraard een tabel onder de grafiek. Deze is omvangrijk, een gedeeltelijke afdruk hiervan:
(BS: Bruto salaris. IB: Inkomstenbelasting. AK: Arbeidskorting. AH: Algemene heffingskorting. Bedrag IB: bedrag inkomstenbelasting. Perc. IB: percentage inkomstenbelasting.)
In het voorbeeld: bij 2.500 bruto salaris wordt 187 euro (7,48%) inkomstenbelasting betaald.
De manier waarop hierboven in de tabel de inkomstenbelasting is berekend, wordt het ‘tabelsysteem’ genoemd. Bij het tabelsysteem geldt dus voor een bepaald bruto salaris één percentage.
Als de percentages worden aangepast bij het verstrekken van een basisinkomen, kan het salarisverschil beperkt worden tot exact 0 euro.
Echter, de belastingdienst en de politiek is gewend aan het schijvensysteem en wil daar niet op korte termijn vanaf (aldus een betrouwbare bron). Dus is stap 2 nodig.
Stap 2: omrekening tabelsysteem naar schijvensysteem
Als het schijvensysteem welke de belastingdienst nu gebruikt moet blijven gehandhaafd, gaat er iets aan nauwkeurigheid verloren.
Binnen hoeveelgeldkrijgik.nl is een aparte (voor bevoegden beschikbare) applicatie gemaakt, waarmee het tabelsysteem omgezet kan worden naar het schijvensysteem. Dit moet min of meer handmatig gebeuren, er is wel visuele hulp om de nullijn zoveel mogelijk te behouden:
Met de driehoeken of via de tekstvakken onder kunnen de percentages en bedragen worden aangepast. De zwarte lijn is het resultaat van het schijvensysteem, de rode lijn die van het tabelsysteem.
Eronder staan de schijven. In de 1e kolom staat het maandbedrag, in de 2e kolom het jaarbedrag en in de 3e kolom het percentage. Het maandbedrag is in de grafiek zichtbaar en in de 1e kolom omdat dit gevoelsmatiger prettiger werkt. Maar, de belastingdienst werkt met jaarbedragen, vandaar dat deze er ook staan. Dit zijn dus ook de afgeronde bedragen (de maandbedragen zijn hiervan afgeleid, dus jaarbedrag / 12, vandaar de decimalen).
In de applicatie is onder de schijven ook nog per inkomensgroep berekend hoeveel men erop vooruit of achteruit gaat, een deel daarvan:
Een groen percentage is positief voor de belastingbetaler, men betaalt minder. Rood is dus negatief, men betaalt meer.
Met meer schijven en meer geduld bij het veranderen van de percentages en bedragen, kan waarschijnlijk nog wel een kleiner verschil worden verkregen. Maar, voor minder dan bijvoorbeeld een half procent verschil, zijn heel veel schijven nodig zijn.
Stap 3: alleenwonenden en samenwonenden: te betalen inkomstenbelasting bij bruto salaris
In de afbeelding hierboven was te zien dat de 1e schijf tot 2.002 euro per maand loopt. Over dat bedrag moet 100% belasting worden betaald.
Echter, als een alleenwonende een salaris van 1.402 of hoger heeft en tot 2.002 100% belasting moet betalen, dan gaat de alleenwonende erop achteruit.
Echter, als twee samenwonenden beide een bruto salaris hebben dat samen 2.002 of hoger is en beide tot 2.002 100% belasting moeten betalen, dan gaan de samenwonenden erop achteruit.
Ditzelfde effect geldt uiteraard voor drie om meer personen, als meerdere inwoners bruto salaris ontvangen.
De werkwijze die bij de bijstand wordt gehanteerd wordt ook hier overgenomen: er wordt naar het bruto salaris van een huishouding gekeken. De alleenwonende zou dus over het bruto salaris tot maximaal 1.402 100% belasting moeten betalen. De samenwonenden zouden dus over het gezamenlijke bruto salaris tot maximaal 2.002 100% belasting moeten betalen.
Nog even de tabel met basisinkomen:
Een huishouden met bijvoorbeeld drie volwassenen (die 27 jaar of ouder zijn) ontvangt dus 802+600+600+600=2.602 euro per maand aan basisinkomen. En dit huishouden moet dus over 2.602 salaris 100% inkomstenbelasting gaan betalen.
Dan nu de vertaling naar de technische kant van de inkomstenbelasting. De meest praktische werkwijze is het verschuiven van de grens van de 1e schijf:
De werkgever weet niet wat de privé situatie is en zal uitgaan van de grens van de alleenwonende, dus 1.402.
Bij samenwonenden klopt dat dan niet. Althans, er zal te weinig inkomstenbelasting worden ingehouden. (Formeel heet dat loonheffing, is een voorheffing op de inkomstenbelasting.)
En als twee mensen samenwonen die beide een salaris hebben dat samen boven de 2.002 ligt, dan zal er teveel belasting worden ingehouden.
Op zich is dit geen probleem, de belastingdienst trekt dit jaarlijks recht. Men kan ook om een voorlopige aanslag vragen, zodat het maandelijks wordt verrekend. Net zoals dat nu ook al kan, bij bijvoorbeeld hypotheekrente.
Maar, op dit moment kan aan werkgever gevraagd worden om geen Arbeids- en Algemene heffingskorting toe te passen (als men meerdere werkgevers heeft, is dit wel handig om te doen).
Een werknemer kan dus, als het basisinkomen zoals hier is beschreven wordt ingevoerd, aan de werkgever vragen om een andere grens van de 1e schijf toe te passen.
P.s. Voor gezinsleden die jonger zijn dan 27 jaar worden ook de regels die gelden bij de bijstand overgenomen (Rijksoverheid):
Onder de 27 mag iemand zelf (tot een bepaald bedrag) inkomen hebben, zonder dat het ten koste gaat van de bijstand in dat huishouden. Iemand kan ook studiefinanciering hebben, ook dan gaat het niet ten koste van de bijstand. Maar, de bijstand wordt ook niet hoger als er twee volwassenen tot het huishouden behoren én één volwassene onder de 27 jaar.
Geen bijstand, dan dus ook geen basisinkomen. Het basisinkomen geldt voor volwassenen vanaf 27 jaar. De tabel die hiervoor al is geplaatst, geldt dus ook voor huishoudens met meer dan twee volwassenen vanaf 27 jaar en vanaf 21 jaar voor zelfstandig wonenden:
En voor de inkomstenbelasting geldt voor gezinsleden onder de 27 jaar dat de de grens van de 1e schijf 0 euro wordt.
Stap 1: te betalen percentage inkomstenbelasting nu
De eerste stap: het weghalen van de kortingen en compenseren via de tarieven inkomstenbelasting. Om tot de nullijn te komen, dus dat niemand erop vooruit of achteruit gaat, is eerst berekend hoeveel procent inkomstenbelasting mensen nu betalen bij een bepaald bruto inkomen (dus, zonder toeslagen, alleen inkomstenbelasting minus de heffingskortingen). Dit is gedaan met een (voor bevoegden beschikbare) applicatie binnen hoeveelgeldkrijgik.nl. Het resultaat is dus het percentage inkomstenbelasting bij een bepaald bruto salaris, waarbij zowel de huidige schijftarieven zijn toegepast als de kortingen:
In het voorbeeld: bij 2.500 bruto salaris wordt 187 euro (7,48%) inkomstenbelasting betaald.
De manier waarop hierboven in de tabel de inkomstenbelasting is berekend, wordt het ‘tabelsysteem’ genoemd. Bij het tabelsysteem geldt dus voor een bepaald bruto salaris één percentage.
Als de percentages worden aangepast bij het verstrekken van een basisinkomen, kan het salarisverschil beperkt worden tot exact 0 euro.
Echter, de belastingdienst en de politiek is gewend aan het schijvensysteem en wil daar niet op korte termijn vanaf (aldus een betrouwbare bron). Dus is stap 2 nodig.
Stap 2: omrekening tabelsysteem naar schijvensysteem
Als het schijvensysteem welke de belastingdienst nu gebruikt moet blijven gehandhaafd, gaat er iets aan nauwkeurigheid verloren.
Binnen hoeveelgeldkrijgik.nl is een aparte (voor bevoegden beschikbare) applicatie gemaakt, waarmee het tabelsysteem omgezet kan worden naar het schijvensysteem. Dit moet min of meer handmatig gebeuren, er is wel visuele hulp om de nullijn zoveel mogelijk te behouden:
Eronder staan de schijven. In de 1e kolom staat het maandbedrag, in de 2e kolom het jaarbedrag en in de 3e kolom het percentage. Het maandbedrag is in de grafiek zichtbaar en in de 1e kolom omdat dit gevoelsmatiger prettiger werkt. Maar, de belastingdienst werkt met jaarbedragen, vandaar dat deze er ook staan. Dit zijn dus ook de afgeronde bedragen (de maandbedragen zijn hiervan afgeleid, dus jaarbedrag / 12, vandaar de decimalen).
In de applicatie is onder de schijven ook nog per inkomensgroep berekend hoeveel men erop vooruit of achteruit gaat, een deel daarvan:
Met meer schijven en meer geduld bij het veranderen van de percentages en bedragen, kan waarschijnlijk nog wel een kleiner verschil worden verkregen. Maar, voor minder dan bijvoorbeeld een half procent verschil, zijn heel veel schijven nodig zijn.
Stap 3: alleenwonenden en samenwonenden: te betalen inkomstenbelasting bij bruto salaris
In de afbeelding hierboven was te zien dat de 1e schijf tot 2.002 euro per maand loopt. Over dat bedrag moet 100% belasting worden betaald.
Echter, als een alleenwonende een salaris van 1.402 of hoger heeft en tot 2.002 100% belasting moet betalen, dan gaat de alleenwonende erop achteruit.
Echter, als twee samenwonenden beide een bruto salaris hebben dat samen 2.002 of hoger is en beide tot 2.002 100% belasting moeten betalen, dan gaan de samenwonenden erop achteruit.
Ditzelfde effect geldt uiteraard voor drie om meer personen, als meerdere inwoners bruto salaris ontvangen.
De werkwijze die bij de bijstand wordt gehanteerd wordt ook hier overgenomen: er wordt naar het bruto salaris van een huishouding gekeken. De alleenwonende zou dus over het bruto salaris tot maximaal 1.402 100% belasting moeten betalen. De samenwonenden zouden dus over het gezamenlijke bruto salaris tot maximaal 2.002 100% belasting moeten betalen.
Nog even de tabel met basisinkomen:
| Per persoon | 600 |
| Per huishouden | 802 |
Dan nu de vertaling naar de technische kant van de inkomstenbelasting. De meest praktische werkwijze is het verschuiven van de grens van de 1e schijf:
| Situatie | Grens 1e schijf |
| Alleenwonende | 1.402 |
| Twee samenwonenden | 2.002 |
| Drie samenwonenden | 2.602 |
| Etc. | Telkens 600 erbij |
De werkgever weet niet wat de privé situatie is en zal uitgaan van de grens van de alleenwonende, dus 1.402.
Bij samenwonenden klopt dat dan niet. Althans, er zal te weinig inkomstenbelasting worden ingehouden. (Formeel heet dat loonheffing, is een voorheffing op de inkomstenbelasting.)
En als twee mensen samenwonen die beide een salaris hebben dat samen boven de 2.002 ligt, dan zal er teveel belasting worden ingehouden.
Op zich is dit geen probleem, de belastingdienst trekt dit jaarlijks recht. Men kan ook om een voorlopige aanslag vragen, zodat het maandelijks wordt verrekend. Net zoals dat nu ook al kan, bij bijvoorbeeld hypotheekrente.
Maar, op dit moment kan aan werkgever gevraagd worden om geen Arbeids- en Algemene heffingskorting toe te passen (als men meerdere werkgevers heeft, is dit wel handig om te doen).
Een werknemer kan dus, als het basisinkomen zoals hier is beschreven wordt ingevoerd, aan de werkgever vragen om een andere grens van de 1e schijf toe te passen.
P.s. Voor gezinsleden die jonger zijn dan 27 jaar worden ook de regels die gelden bij de bijstand overgenomen (Rijksoverheid):
Onder de 27 mag iemand zelf (tot een bepaald bedrag) inkomen hebben, zonder dat het ten koste gaat van de bijstand in dat huishouden. Iemand kan ook studiefinanciering hebben, ook dan gaat het niet ten koste van de bijstand. Maar, de bijstand wordt ook niet hoger als er twee volwassenen tot het huishouden behoren én één volwassene onder de 27 jaar.
Geen bijstand, dan dus ook geen basisinkomen. Het basisinkomen geldt voor volwassenen vanaf 27 jaar. De tabel die hiervoor al is geplaatst, geldt dus ook voor huishoudens met meer dan twee volwassenen vanaf 27 jaar en vanaf 21 jaar voor zelfstandig wonenden:
En voor de inkomstenbelasting geldt voor gezinsleden onder de 27 jaar dat de de grens van de 1e schijf 0 euro wordt.
Conclusie
Het is mogelijk het basisinkomen budgetneutraal voor belastingbetalers én de overheid in te voeren. Er is alleen een aanpassing van het belastingsysteem nodig. Daarnaast moet de bijstand vervallen.
V.w.b. het belastingsysteem: de tarieven moeten worden aangepast, de grens van de 1e schijf moet flexibel worden en de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting moeten vervallen. Als het voor belastingbetalers exact budgetneutraal moet geschieden, zal het tabelsysteem moeten worden gehanteerd, i.p.v. het huidige schijvensysteem.
V.w.b. het belastingsysteem: de tarieven moeten worden aangepast, de grens van de 1e schijf moet flexibel worden en de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting moeten vervallen. Als het voor belastingbetalers exact budgetneutraal moet geschieden, zal het tabelsysteem moeten worden gehanteerd, i.p.v. het huidige schijvensysteem.
Parkeerpunten
Er zijn in het artikel een aantal zaken geparkeerd. Deze worden allen behandeld in dit hoofdstuk.
AOW
In het eerste hoofdstuk is na de constatering dat een basisinkomen feitelijk een onvoorwaardelijke bijstand is toegevoegd dat de AOW wordt geparkeerd. Feitelijk lijkt de AOW nog meer op een basisinkomen dan de bijstand. De enige voorwaarde die voor de AOW geldt, is de AOW leeftijd (naast inwoner zijn van Nederland).
Alleen de hoogte van de AOW en de inkomstenbelastingschijven wijken af van de bijstand. Het netto bedrag voor een alleenwonende is (1e helft 2026, afgerond) 1.683 en voor samenwonenden 2.306 (netto, incl. vakantietoeslag, SVB). Dit is dus hoger dan de bijstand: alleenwonenden ontvangen immers 1.402 en samenwonenden 2.002.
Voor AOW-gerechtigden kan dezelfde werkwijze worden toegepast als voor mensen met bijstand: het wordt omgezet in basisinkomen. Als er inkomen uit werk wordt ontvangen, wordt het eerste deel 100% belast. Dit is niet verder uitgerekend, maar net als met bijstand: het belastingsysteem met schijven kan bij benadering hetzelfde bedrag opleveren, met het tabelsysteem kan het exact gelijk worden gemaakt. En ook hier geldt een heffingskorting.
Andere uitkeringen
Er zijn een aantal uitkeringen die gericht zijn op vervanging van het inkomen uit arbeid, bij werkloosheid of ziekte. De UWV behandelt de verzekeringen voor mensen in loondienst. De ‘gewone’ verzekeraars hebben ook inkomensverzekeringen, maar dan voor zelfstandigen.
De meeste uitkeringen van deze verzekeringen zijn qua hoogte afhankelijk van het (oude) salaris. Er is ook apart premie voor betaald. Het is in z’n algemeenheid niet logisch deze verzekeringen te laten vervallen als het basisinkomen wordt ingevoerd. Het is in feite bruto salaris, waarbij dus ook het eerste deel 100% wordt belast.
De Wajong is wel een uitzondering. Deze wordt door de UWV behandelt, maar wordt alleen uitgekeerd aan mensen met een handicap die ze al hadden, voor ze gingen werken. De Wajong kan dus als uitkering vervallen, kan worden overgenomen door het basisinkomen.
18, 19 en 20 jaar
In het hoofdstuk ‘Hoogte basisinkomen’ is de hoogte van de bijstand onder de 21 jaar geparkeerd. Iemand die 18, 19 of 20 jaar is en die niet meer thuis woont, kan ook zelf bijstand ontvangen. Er gelden bijzondere regels, de gemeente kan de bijstand verhalen op de ouders, aldus de Rijksoverheid.
Er lijkt maatwerk toegepast te worden door de gemeente. Hoe dit te vertalen naar een basisinkomen lijkt dan ook maatwerk.
Nog meer kortingen
In het onderdeel ‘Inkomstenbelasting en kortingen’ is de focus gelegd op Arbeidskorting en Algemene heffingskorting. Maar, er zijn dus meer:
Arbeidskorting bij o.a. WW en pensioen
In het hoofdstuk Basisinkomen en inkomstenbelasting is aangegeven dat de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting vervallen en de effecten worden ondergebracht in de inkomstenbelasting tarieven en dat dit een effect heeft op inkomens boven het basisinkomen, die niet uit tegenwoordige arbeid komen.
Bij de WW zou ervoor kunnen worden gekozen de WW iets te verlagen. Dan ontstaat hetzelfde effect.
Als iemand AOW én Pensioen heeft, kan het effect verwerkt worden in andere inkomstenbelasting tarieven voor AOW-ers. Zie ook het punt AOW hierboven.
Als iemand vervroegt met pensioen gaat, ontstaat er wel een voordeel t.o.v. de huidige situatie. Het pensioenfonds zou bij de uitbetaling via een opslag van inkomstenbelasting een correctie kunnen doorvoeren.
Voor beide (en andere uitkeringen) geldt dat de berekeningen hiervoor nog gedaan moeten worden. Maar, linksom of rechtsom, er is altijd een specifieke maatregel te bedenken om het budgetneutraal te maken.
AOW
In het eerste hoofdstuk is na de constatering dat een basisinkomen feitelijk een onvoorwaardelijke bijstand is toegevoegd dat de AOW wordt geparkeerd. Feitelijk lijkt de AOW nog meer op een basisinkomen dan de bijstand. De enige voorwaarde die voor de AOW geldt, is de AOW leeftijd (naast inwoner zijn van Nederland).
Alleen de hoogte van de AOW en de inkomstenbelastingschijven wijken af van de bijstand. Het netto bedrag voor een alleenwonende is (1e helft 2026, afgerond) 1.683 en voor samenwonenden 2.306 (netto, incl. vakantietoeslag, SVB). Dit is dus hoger dan de bijstand: alleenwonenden ontvangen immers 1.402 en samenwonenden 2.002.
Voor AOW-gerechtigden kan dezelfde werkwijze worden toegepast als voor mensen met bijstand: het wordt omgezet in basisinkomen. Als er inkomen uit werk wordt ontvangen, wordt het eerste deel 100% belast. Dit is niet verder uitgerekend, maar net als met bijstand: het belastingsysteem met schijven kan bij benadering hetzelfde bedrag opleveren, met het tabelsysteem kan het exact gelijk worden gemaakt. En ook hier geldt een heffingskorting.
Andere uitkeringen
Er zijn een aantal uitkeringen die gericht zijn op vervanging van het inkomen uit arbeid, bij werkloosheid of ziekte. De UWV behandelt de verzekeringen voor mensen in loondienst. De ‘gewone’ verzekeraars hebben ook inkomensverzekeringen, maar dan voor zelfstandigen.
De meeste uitkeringen van deze verzekeringen zijn qua hoogte afhankelijk van het (oude) salaris. Er is ook apart premie voor betaald. Het is in z’n algemeenheid niet logisch deze verzekeringen te laten vervallen als het basisinkomen wordt ingevoerd. Het is in feite bruto salaris, waarbij dus ook het eerste deel 100% wordt belast.
De Wajong is wel een uitzondering. Deze wordt door de UWV behandelt, maar wordt alleen uitgekeerd aan mensen met een handicap die ze al hadden, voor ze gingen werken. De Wajong kan dus als uitkering vervallen, kan worden overgenomen door het basisinkomen.
18, 19 en 20 jaar
In het hoofdstuk ‘Hoogte basisinkomen’ is de hoogte van de bijstand onder de 21 jaar geparkeerd. Iemand die 18, 19 of 20 jaar is en die niet meer thuis woont, kan ook zelf bijstand ontvangen. Er gelden bijzondere regels, de gemeente kan de bijstand verhalen op de ouders, aldus de Rijksoverheid.
Er lijkt maatwerk toegepast te worden door de gemeente. Hoe dit te vertalen naar een basisinkomen lijkt dan ook maatwerk.
Nog meer kortingen
In het onderdeel ‘Inkomstenbelasting en kortingen’ is de focus gelegd op Arbeidskorting en Algemene heffingskorting. Maar, er zijn dus meer:
- Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK): dit is een korting die kan worden verkregen als iemand een bepaald inkomen heeft en een kind. Kinderen worden buiten beschouwing van dit artikel gelaten, dus deze korting ook.
- Ouderenkorting en Alleenstaande ouderenkorting: deze wordt alleen vertrekt aan mensen die recht hebben op AOW. De tweede alleen bij alleenstaanden. Deze korting wordt c.q. deze kortingen worden naast de Algemene heffingskorting toegepast. Als iemand naast de AOW ook nog inkomen uit werk heeft, wordt ook de Arbeidskorting toegepast. Men kan dus vier kortingen tegelijk hebben. Zoals hierboven bij de behandeling van de geparkeerde punten bij het onderdeel AOW is behandeld, vervallen bij de overgang naar het basisinkomen ook deze kortingen voor AOW-gerechtigden.
Arbeidskorting bij o.a. WW en pensioen
In het hoofdstuk Basisinkomen en inkomstenbelasting is aangegeven dat de Arbeidskorting en Algemene heffingskorting vervallen en de effecten worden ondergebracht in de inkomstenbelasting tarieven en dat dit een effect heeft op inkomens boven het basisinkomen, die niet uit tegenwoordige arbeid komen.
Bij de WW zou ervoor kunnen worden gekozen de WW iets te verlagen. Dan ontstaat hetzelfde effect.
Als iemand AOW én Pensioen heeft, kan het effect verwerkt worden in andere inkomstenbelasting tarieven voor AOW-ers. Zie ook het punt AOW hierboven.
Als iemand vervroegt met pensioen gaat, ontstaat er wel een voordeel t.o.v. de huidige situatie. Het pensioenfonds zou bij de uitbetaling via een opslag van inkomstenbelasting een correctie kunnen doorvoeren.
Voor beide (en andere uitkeringen) geldt dat de berekeningen hiervoor nog gedaan moeten worden. Maar, linksom of rechtsom, er is altijd een specifieke maatregel te bedenken om het budgetneutraal te maken.
Voor- en nadelen
Dan doemt de vraag op, waarom dan het basisinkomen invoeren.
Op diverse websites zijn voor- en nadelen opgesomd. Soms vooral voordelen, soms vooral nadelen. Een kenmerk bij velen is dat ze voor- of nadelen noemen die verband houden met meer dan alleen het vervangen van de bijstand door een basisinkomen. Of dat ze impliciete aannames maken over de aanpassingen in het belastingstelsel.
Hieronder zijn een aantal genoemde voor- en nadelen belicht, met commentaar vanuit het perspectief van dit artikel (cijfermatige analyse invoering basisinkomen). Er wordt bewust niet verwezen naar specifieke websites. Het gaat er niet om commentaar te leveren, alleen om scherper te stellen wat de in dit artikel beschreven wijziging exact inhoudt.
Vermindering bureaucratie
Dit voordeel klopt inderdaad met hoe de invoering van het basiskomen in dit artikel is beschreven. Er hoeft bij een basisinkomen geen bijstand meer te worden aangevraagd, de controles vervallen en alle mutaties die telkens moeten worden doorgevoerd vervallen ook. Allerlei regels en processen om de bijstand heen kunnen worden geschrapt. Dat scheelt mensen dus ‘gedoe’ en bespaart bij de gemeentes en overheid personele kosten. ChatGpt schat het op basis van diverse bronnen op ongeveer 1.2 miljard personele kosten en ‘honderden’ miljoenen ICT-kosten. Zo’n 1,5 miljard is dus niet ondenkbaar.
Dit geld zou besteed kunnen worden aan verhoging van het basisinkomen, maar er zijn meer zaken waar de overheid geld aan wil/moet uitgeven. Dus, of dit naar het basisinkomen toe gaat, is een politieke keuze en valt buiten het kader van dit artikel.
Vermindering stress, meer vrijheid
Bij ‘vermindering stress’ wordt ook wel verwezen naar ‘geluk’, ‘gezondheid’, ‘welzijn’. Ook wordt ‘meer vrijheid’ genoemd, maar dat betekent ook ‘minder stress’. Vandaar dat dit onder één punt wordt samengevoegd.
Doordat bij de bijstand er controle bestaat op de sollicitatieplicht, kan iemand het gevoel van stress gaan ervaren. Ook kan er onzekerheid zijn over wat men netto gaat ontvangen, vanwege diverse aanvullende regelingen, krijg ik die wel of niet. Bovendien is er variatie per gemeente rondom werken naast de bijstand. Er zijn experimenten, die dan ook weer kunnen stoppen.
Bij een basisinkomen valt de onzekerheid deels weg. Men krijgt altijd een specifiek bedrag, maar onzekerheid over aanvullende regelingen en experimenten kunnen blijven bestaan. Althans, ervan uitgaande dat de hoogte van het basisinkomen gelijk wordt aan de hoogte van de bijstand.
Hoge kosten
Veel critici van het basisinkomen hebben het over de (veel te) hoge kosten. Dit is dus pertinent onjuist. Dit artikel heeft dat aangetoond. Niet de invoering van het basisinkomen kost geld, wel de hoogte ervan en/of wat je tegelijk ermee aanpakt. Daar wordt hieronder ook nog op ingegaan.
Toeslagen kunnen vervallen
Op veel websites wordt soms expliciet, maar soms ook impliciet vermeld dat de toeslagen vervallen bij de invoering van het basisinkomen. Vaak impliciet, want het staat dan bij de voordelen genoemd, maar is dan verder niet verwerkt in de rest van de tekst.
Echter, de toeslagen kunnen ook vervallen zónder invoering van een basisinkomen.
Het ministerie van Financiën heeft in 2024 een rapport opgeleverd aan de Tweede Kamer waarin de toekomstvisie op de toeslagen wordt beschreven. In bijlage 8 is het uitgebreid beschreven (63 pagina’s) welke opties te zijn om de toeslagen af te schaffen, maar geen woord over een basisinkomen. In bijlage 2 (‘Weging op de hand van de beleidsopties door Dienst Toeslagen en Belastingdienst’) wordt wel gesproken over ‘inkomensonafhankelijke toelages’, waarbij wel rekening met gezinssamenstelling wordt gehouden (bijv. aantal volwassenen en kinderen). Zo’n ‘toelage’ zou een huidige toeslag kunnen vervangen. Dit sluit wel mooi aan op basisinkomen, waarbij ook rekening gehouden wordt met gezinssamenstelling (alleen nog aantal volwassenen), maar ook niet met de hoogte van het inkomen.
Het is de vraag hoe handig het is om de invoering van een basisinkomen te combineren met afschaffing van toeslagen. Deze afweging valt buiten het kader van dit artikel, die meer cijfermatig is en primair gericht op alleen het basisinkomen.
Werken loont altijd
Dit voordeel kan van toepassing zijn bij de invoering van basisinkomen, maar hoeft niet. Als dezelfde lijn wordt aangehouden als bij de bijstand, dus 100% inlevering van bruto salaris, dan loont werken niet in het onderste deel van het salarisgebouw. Er wordt dus (soms) impliciet vanuit gegaan dat elke verdiende euro aan bruto salaris niet tegen 100% inkomstenbelasting wordt belast.
Vermindering/opheffing armoede
Ook dit voordeel kan zich voordoen, maar hangt wel geheel af van de hoogte van het basisinkomen en hoe het belastingstelsel wordt aangepast (of niet wordt aangepast). Verhoging van de bijstand levert ook vermindering/opheffing armoede op, waarbij ook iets geregeld moet worden voor de groep tot 125% boven de armoedegrens.
Stoppen met werken
Een veelgehoord negatief aspect van het basisinkomen is dat verwacht wordt dat mensen stoppen met werken of niet gaan werken. Dat hangt samen met de hoogte van het basisinkomen, het belastingstelsel en de onvoorwaardelijkheid.
Als de hoogte van het basisinkomen dus wordt beperkt, zal een deel van dit effect niet of minder optreden.
Als 100% van het geld tot de hoogte van het basisinkomen wordt ingehouden, is een klein dienstverband of een dienstverband met laag salaris financieel niet aantrekkelijk. Dit is nu ook het geval bij de bijstand, al zijn er experimenten waarbij men een deel van de inkomsten wel mag houden. Zoals hierboven al is aangegeven, is er een keuze: als je niet 100% belasting gaat heffen maar een lager percentage, wordt het financieel aantrekkelijker.
Dat basisinkomen altijd en onvoorwaardelijk wordt verstrekt, wil niet zeggen dat er geen begeleiding hoeft te zijn voor mensen die niet werken. Sommige mensen denken bijvoorbeeld dat ze niet kunnen werken, vanwege bijvoorbeeld een handicap, terwijl er wel mogelijkheden zijn. Ook zijn er mensen die hulp nodig zijn bij het zoeken naar werk.
Daarnaast, het is nog maar de vraag hoe groot het verschil met bijstand werkelijk is. Er zijn anno 2025 410.000 mensen die een bijstandsuitkering ontvangen, aldus het CBS. En er is een tekort op de arbeidsmarkt. Vanaf 2022 tot recent waren er meer vacatures dan werklozen. Ook werken er veel arbeidsmigranten in Nederland, schattingen lopen sterk uiteen, van 220.000 tot 1,7 miljoen.
Er is geen onderzoek naar de effectiviteit van de stimulansen om naast een bijstand uitkering te gaan werken gevonden.
Conclusie voor-/nadelen
Veel voor- en nadelen zijn niet geldig als het basisinkomen in de meest smalle vorm (vervanging bijstand) wordt ingevoerd. Althans, de genoemde voor- of nadelen kunnen ook nu al worden gerealiseerd via aanpassingen in de wetgeving. Ze hangen helemaal niet aan het basisinkomen, de koppeling die vaak wordt gemaakt is onterecht.
Eigenlijk zijn er twee voordelen bij de ‘smalle’ invoering van het basisinkomen die geldig zijn:
Op diverse websites zijn voor- en nadelen opgesomd. Soms vooral voordelen, soms vooral nadelen. Een kenmerk bij velen is dat ze voor- of nadelen noemen die verband houden met meer dan alleen het vervangen van de bijstand door een basisinkomen. Of dat ze impliciete aannames maken over de aanpassingen in het belastingstelsel.
Hieronder zijn een aantal genoemde voor- en nadelen belicht, met commentaar vanuit het perspectief van dit artikel (cijfermatige analyse invoering basisinkomen). Er wordt bewust niet verwezen naar specifieke websites. Het gaat er niet om commentaar te leveren, alleen om scherper te stellen wat de in dit artikel beschreven wijziging exact inhoudt.
Vermindering bureaucratie
Dit voordeel klopt inderdaad met hoe de invoering van het basiskomen in dit artikel is beschreven. Er hoeft bij een basisinkomen geen bijstand meer te worden aangevraagd, de controles vervallen en alle mutaties die telkens moeten worden doorgevoerd vervallen ook. Allerlei regels en processen om de bijstand heen kunnen worden geschrapt. Dat scheelt mensen dus ‘gedoe’ en bespaart bij de gemeentes en overheid personele kosten. ChatGpt schat het op basis van diverse bronnen op ongeveer 1.2 miljard personele kosten en ‘honderden’ miljoenen ICT-kosten. Zo’n 1,5 miljard is dus niet ondenkbaar.
Dit geld zou besteed kunnen worden aan verhoging van het basisinkomen, maar er zijn meer zaken waar de overheid geld aan wil/moet uitgeven. Dus, of dit naar het basisinkomen toe gaat, is een politieke keuze en valt buiten het kader van dit artikel.
Vermindering stress, meer vrijheid
Bij ‘vermindering stress’ wordt ook wel verwezen naar ‘geluk’, ‘gezondheid’, ‘welzijn’. Ook wordt ‘meer vrijheid’ genoemd, maar dat betekent ook ‘minder stress’. Vandaar dat dit onder één punt wordt samengevoegd.
Doordat bij de bijstand er controle bestaat op de sollicitatieplicht, kan iemand het gevoel van stress gaan ervaren. Ook kan er onzekerheid zijn over wat men netto gaat ontvangen, vanwege diverse aanvullende regelingen, krijg ik die wel of niet. Bovendien is er variatie per gemeente rondom werken naast de bijstand. Er zijn experimenten, die dan ook weer kunnen stoppen.
Bij een basisinkomen valt de onzekerheid deels weg. Men krijgt altijd een specifiek bedrag, maar onzekerheid over aanvullende regelingen en experimenten kunnen blijven bestaan. Althans, ervan uitgaande dat de hoogte van het basisinkomen gelijk wordt aan de hoogte van de bijstand.
Hoge kosten
Veel critici van het basisinkomen hebben het over de (veel te) hoge kosten. Dit is dus pertinent onjuist. Dit artikel heeft dat aangetoond. Niet de invoering van het basisinkomen kost geld, wel de hoogte ervan en/of wat je tegelijk ermee aanpakt. Daar wordt hieronder ook nog op ingegaan.
Toeslagen kunnen vervallen
Op veel websites wordt soms expliciet, maar soms ook impliciet vermeld dat de toeslagen vervallen bij de invoering van het basisinkomen. Vaak impliciet, want het staat dan bij de voordelen genoemd, maar is dan verder niet verwerkt in de rest van de tekst.
Echter, de toeslagen kunnen ook vervallen zónder invoering van een basisinkomen.
Het ministerie van Financiën heeft in 2024 een rapport opgeleverd aan de Tweede Kamer waarin de toekomstvisie op de toeslagen wordt beschreven. In bijlage 8 is het uitgebreid beschreven (63 pagina’s) welke opties te zijn om de toeslagen af te schaffen, maar geen woord over een basisinkomen. In bijlage 2 (‘Weging op de hand van de beleidsopties door Dienst Toeslagen en Belastingdienst’) wordt wel gesproken over ‘inkomensonafhankelijke toelages’, waarbij wel rekening met gezinssamenstelling wordt gehouden (bijv. aantal volwassenen en kinderen). Zo’n ‘toelage’ zou een huidige toeslag kunnen vervangen. Dit sluit wel mooi aan op basisinkomen, waarbij ook rekening gehouden wordt met gezinssamenstelling (alleen nog aantal volwassenen), maar ook niet met de hoogte van het inkomen.
Het is de vraag hoe handig het is om de invoering van een basisinkomen te combineren met afschaffing van toeslagen. Deze afweging valt buiten het kader van dit artikel, die meer cijfermatig is en primair gericht op alleen het basisinkomen.
Werken loont altijd
Dit voordeel kan van toepassing zijn bij de invoering van basisinkomen, maar hoeft niet. Als dezelfde lijn wordt aangehouden als bij de bijstand, dus 100% inlevering van bruto salaris, dan loont werken niet in het onderste deel van het salarisgebouw. Er wordt dus (soms) impliciet vanuit gegaan dat elke verdiende euro aan bruto salaris niet tegen 100% inkomstenbelasting wordt belast.
Vermindering/opheffing armoede
Ook dit voordeel kan zich voordoen, maar hangt wel geheel af van de hoogte van het basisinkomen en hoe het belastingstelsel wordt aangepast (of niet wordt aangepast). Verhoging van de bijstand levert ook vermindering/opheffing armoede op, waarbij ook iets geregeld moet worden voor de groep tot 125% boven de armoedegrens.
Stoppen met werken
Een veelgehoord negatief aspect van het basisinkomen is dat verwacht wordt dat mensen stoppen met werken of niet gaan werken. Dat hangt samen met de hoogte van het basisinkomen, het belastingstelsel en de onvoorwaardelijkheid.
Als de hoogte van het basisinkomen dus wordt beperkt, zal een deel van dit effect niet of minder optreden.
Als 100% van het geld tot de hoogte van het basisinkomen wordt ingehouden, is een klein dienstverband of een dienstverband met laag salaris financieel niet aantrekkelijk. Dit is nu ook het geval bij de bijstand, al zijn er experimenten waarbij men een deel van de inkomsten wel mag houden. Zoals hierboven al is aangegeven, is er een keuze: als je niet 100% belasting gaat heffen maar een lager percentage, wordt het financieel aantrekkelijker.
Dat basisinkomen altijd en onvoorwaardelijk wordt verstrekt, wil niet zeggen dat er geen begeleiding hoeft te zijn voor mensen die niet werken. Sommige mensen denken bijvoorbeeld dat ze niet kunnen werken, vanwege bijvoorbeeld een handicap, terwijl er wel mogelijkheden zijn. Ook zijn er mensen die hulp nodig zijn bij het zoeken naar werk.
Daarnaast, het is nog maar de vraag hoe groot het verschil met bijstand werkelijk is. Er zijn anno 2025 410.000 mensen die een bijstandsuitkering ontvangen, aldus het CBS. En er is een tekort op de arbeidsmarkt. Vanaf 2022 tot recent waren er meer vacatures dan werklozen. Ook werken er veel arbeidsmigranten in Nederland, schattingen lopen sterk uiteen, van 220.000 tot 1,7 miljoen.
Er is geen onderzoek naar de effectiviteit van de stimulansen om naast een bijstand uitkering te gaan werken gevonden.
Conclusie voor-/nadelen
Veel voor- en nadelen zijn niet geldig als het basisinkomen in de meest smalle vorm (vervanging bijstand) wordt ingevoerd. Althans, de genoemde voor- of nadelen kunnen ook nu al worden gerealiseerd via aanpassingen in de wetgeving. Ze hangen helemaal niet aan het basisinkomen, de koppeling die vaak wordt gemaakt is onterecht.
Eigenlijk zijn er twee voordelen bij de ‘smalle’ invoering van het basisinkomen die geldig zijn:
- Geen bureaucratie rondom bijstand, wat kosten bespaart.
- Minder stress, meer vrijheid.