Uitkering -> werken
Als een huishouden bijstand ontvangt en de alleenwonende of één van de samenwonenden gaat via een loondienstverband werken, dan loont werken niet totdat de grens van de bijstand is bereikt. Alhoewel er regelingen zijn die dat tijdelijk (iets) opvangen, in de basis word je pas beloond voor het werken als je boven de bijstand uitkomt. Daarbij wordt het nettosalaris vergeleken met de netto-bijstand. Tot dat moment lever je al het geld in bij de gemeente.
Boven de bijstandsgrens loont werken voor een alleenwonende dan aanvankelijk zeker. Hij/zij heeft dan een netto-inkomen die een kleine 600 euro hoger ligt dan de bijstand. De eerste euro’s boven het niveau van de bijstand worden weinig belast en houdt men de toeslagen.
Voor een huishouden met 2 volwassenen ligt de situatie ongunstiger: het netto-inkomen neemt met een kleine 300 euro toe. Als je vanwege het werk een auto moet aanschaffen of behoorlijke OV-kosten of andere kosten hebt, ga je er feitelijk niet op vooruit.
Als een persoon WW ontvangt, loont werken doorgaans wel. Ook als je weer deels gaat werken. Je mag sowieso 30% van de inkomsten houden. Door de arbeidskorting houd je meer over van het brutosalaris dan van de bruto-uitkering. Een uitzondering vormt de situatie waarbij een persoon net meer dan 87,5% brutosalaris heeft. Je krijgt weliswaar arbeidskorting, maar je mist dan wel de gehele uitkering. Je ontvangt dan wel meer dan met alleen WW, maar net onder de 87,5% had je door de aanvulling op de WW meer ontvangen dan als je bijvoorbeeld 88% zelf verdient.
Als je een uitkering hebt, loont werken dus in bepaalde gevallen. Maar, soms niet en de mate waarin werken loont verschilt sterk per persoonlijke situatie en hoeveel je zelf weer kunt verdienen.
Meer uren werken
Of meer uren gaan werken loont, hangt een beetje af van de samenstelling van het huishouden. Immers, 2 mensen ontvangen bijvoorbeeld meer huurtoeslag.
Het grootste effect zit in de hoogte van het bruto-inkomen. Als je net in het gebied zit met de hoogste Marginale Druk (MD), dan raak je een groter deel van je netto-inkomen kwijt dan als je daarbuiten valt. In de voorbeelden die hiervoor zijn genoemd, loopt het op tot 94%. Ofwel, je houdt maar 6 euro over van 100 euro extra.
De lage inkomens, net boven bijstand, hebben de laagste MD. Vooral de alleenwonenden, die een hele lage MD hebben. Maar, vanaf 2.000 euro brutosalaris loopt het hard op.
De hoge MD loopt door t/m de middeninkomens, waarin de meeste mensen zitten, die hebben de hoogste MD. Vooral huurders, waarbij de MD boven de 60% ligt, tot dus 94%.
Inkomens boven de 2 keer modaal zitten redelijk stabiel, de MD ligt tussen de 50% en 60%.
Kwalitatieve investering
De vraag in hoeverre een kwalitatieve investering loont is lastiger de beantwoorden.
Als je binnen je eigen organisatie door het volgen van een opleiding of door extra inzet een hogere functie krijgt, met een andere salarisschaal, dan is het effect op het netto-inkomen waarschijnlijk positief. Je gaat er behoorlijk (IC-Verpleegkundige) tot heel veel (Medisch Specialist) op vooruit.
Hier speelt deels hetzelfde als meer uren werken: het is maar net in welk gebied je zit qua Marginale Druk (MD) hoeveel je er netto op vooruit gaat.
Een verschil wordt ook veroorzaakt door het verschil tussen periodieken. Bij lage salarisschalen levert een periodiek hoger veel minder brutosalaris op dan bij hogere salarisschalen.
Dus, lagere- en middenfuncties worden minder beloond voor een investering, waarbij de oorzaak bij lage inkomens in de kleine stappen in de salarisschaal ligt en bij middeninkomens door de hoge MD.
Des te hoger de functie, des te hoger het effect op het netto-inkomen. Enerzijds door grotere sprongen van de periodieken, anderszijds vanwege minder hoge MD dan middeninkomens.
Daarnaast kan het verkrijgen van een andere functie leiden tot andere secundaire arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld geen ORT meer) en moet je dat meewegen. Dit is een bekend verschijnsel binnen de zorgorganisaties: je promoveert naar een leidinggevende functie. Je krijgt wel een hogere salarisschaal, maar door de hoge MD levert het netto sowieso weinig op en door het verminderen van ORT ga je er netto op achteruit.
Nog twee situaties belicht, analoog aan de voorbeelden die hierboven zijn gegeven:
Mbo-er -> Hbo-opleiding. De gemiddelde maximumsalarissen waren 3.506 en 5.068 (incl. evt. 13e maand en vakantiebijslag). Als je rekent met de brutosalarissen, zou je het in 8 jaar terugverdienen (of paar jaar minder, of paar jaar meer). Daarna verdien je zo’n 1.500 euro bruto per maand meer. Echter, netto is het een ander bedrag. Stel je bent alleenwonend, woont in een huurhuis van 950 euro, hebt 1 kind met 3 dagen kinderopvang dan houd je van de goed 1.500 extra brutosalaris zo’n 300 euro netto over (met dank aan
https://hoeveelgeldkrijgik.nl/). Maar, het inhalen van de jaar of paar jaar niet verdienen, moet dan ook in netto worden omgezet. Dan zal die 8 jaar iets langer duren, je houdt immers netto minder over als je meer verdient. Het terugverdienen van de opleidingskosten gaat ook langzamer, die waren immers netto. Maar, stel je werkt na dat inhalen nog 25 jaar (tot AOW), dan ontvang je netto dan wel zo’n 90.000 euro meer dan met een Mbo-opleiding. Of dat het de investering waard is, inclusief het risico van het niet halen van de Hbo-opleiding, is een persoonlijke keuze. Het loont, maar of het genoeg loont, is nogal persoonlijk.
In het voorbeeld van de promotie van Verpleegkundige naar IC-verpleegkundige is het verschil per maand (incl. 13e maand en vakantiegeld) een sprong van 5.312 naar 6.130. Dit klinkt veel, maar stel je bent alleenwonend, woont in een huurhuis van 950 euro, hebt 1 kind met 3 dagen kinderopvang, dan houd je van de goed 800 extra brutosalaris zo’n 300 euro netto over (met dank aan
https://hoeveelgeldkrijgik.nl/). Maar, je hebt iets eigen tijd hoeven te investeren naast je werk en kon gewoon je inkomen houden. Zo’n sprong loont dan meer dan een Mbo->Hbo-opleiding investering.
(Het toeval wil dat in beide gevallen het netto verschil ongeveer 300 euro is, is puur toeval. De precieze bedragen waren 304 c.q. 297 euro.)
Tot slot nog een heel andere sprong: een sollicitatie naar eenzelfde functie als je al vervult, maar dan in een andere sector. Zoals aangegeven, dat kan vele honderden euro’s per maand opleveren. Zolang er geen landelijk functiewaarderingssysteem is, zal dit soort ongelijkheid blijven bestaan. Werken loont in de ene sector dus meer dan in de andere, ook al is het werk exact gelijk en werk je evenveel uren. En een sollicitatie naar een functie is een geringe inspanning, die dus zeker uit kan. Mits je naar een betere sector overstapt.